Aantal buitenlandse patiënten in Belgische ziekenhuizen stijgt, maar is al bij al nog beperkt

  • 25 november 2011

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht samen met de K.U.Leuven de instroom van buitenlandse patiënten die zich laten opnemen in een Belgisch ziekenhuis voor een geplande ingreep. De grote meerderheid  komt uit andere EU landen, vooral dan uit Nederland en Frankrijk. In vergelijking met het totaal aantal hospitalisaties is hun aandeel nog beperkt (ongeveer 1,5% van alle hospitalisaties), maar op 5 jaar tijd nam hun aantal wel met 60% toe. Een verdere toename kan financiële problemen of wachtlijsten veroorzaken.  Het KCE stelt daarom voor om de ziekenhuisfinanciering aan te passen. Daarnaast zou het pas operationele Observatorium voor Patiëntenmobiliteit aan de alarmbel moeten trekken wanneer er wachtlijsten ontstaan.

Stijging van 60% op 5 jaar tijd, maar al bij al nog beperkt

Steeds meer mensen reizen naar een ander land om daar een geplande medische behandeling te volgen. Voor een deel is dat het gevolg van de Europese wetgeving, die voorziet dat de inwoners zich vrij binnen de Unie kunnen verplaatsen, en dus ook vrij een medische behandeling kunnen volgen in een andere lidstaat. Ook België is populair bij dit soort buitenlandse patiënten. Het KCE schat dat er in 2008 bijna 23.000 werden opgenomen in Belgische ziekenhuizen. Dit aantal vertegenwoordigt nog geen 1,5 % van het totaal aantal ziekenhuisopnames, maar er is wel een continue stijging merkbaar van 60% op 5 jaar tijd (2004-2008). Voor dagopnames is de toename vergelijkbaar.

Vooral patiënten uit Nederland en Frankrijk

Het overgrote deel van de buitenlandse patiënten komt uit andere landen van de Europese Unie, en vooral dan uit Nederland (60% van de hospitalisaties, 71% van de dagopnames) en uit Frankrijk (respectievelijk 14% en 12%).

Vooral hospitalisaties voor ingrepen aan wervelkolom en ledematen en voor plaatsen van heupprothese

De meeste buitenlandse patiënten laten zich gepland in een Belgisch ziekenhuis opnemen voor ingrepen aan de wervelkolom en aan de ledematen, en voor het plaatsen van een heupprothese. Dit alles samen is goed voor een vierde van alle verblijven, zowel bij klassieke hospitalisaties als bij dagopnames.  Bij klassieke hospitalisaties staan behandelingen tegen zwaarlijvigheid (bijv. maagverkleining, gastric bypass) en het verwijden van vernauwde slagaders (percutane coronaire revascularisatie) op de 2e en 3e plaats. Dagopnames gebeuren verder vooral voor vruchtbaarheidsbehandelingen, genetische counseling en chemotherapie. De graad van ernst van de aandoening is bij de buitenlandse patiënten gemiddeld lager dan bij de Belgische patiënten.

Wie betaalt en wanneer?

De Europese  Unie ontwikkelde regels om de buitenlandse patiëntenstroom te organiseren. Afhankelijk van wie betaalt en wanneer kunnen de patiënten worden ingedeeld in drie groepen.

Er zijn patiënten wiens verzekeraar in het thuisland de kosten via de Belgische ziekteverzekering aan het Belgische ziekenhuis betaalt, na voorafgaande toestemming van het thuisland om zich in België te laten behandelen. Anderen schieten zelf de kosten voor en krijgen nadien een (gedeeltelijke) terugbetaling van de verzekeraar in hun thuisland. De derde groep bestaat uit patiënten die zich laten verzorgen op basis van een overeenkomst die hun verzekeraar in het thuisland met het ziekenhuis afsloot.  In het laatste geval draagt de verzekeraar rechtstreeks de kosten.

Registratie met leemtes

Het aandeel van elke groep kan niet precies worden afgeleid uit de administratieve databanken. Het KCE beveelt aan om de registratie van deze verschillende groepen te verbeteren en de systemen meer coherent te maken. Zolang dit niet gebeurt is een accurate analyse van de omvang van de verschillende patiëntenstromen zeer moeilijk, of zelfs onmogelijk.

Risico op financiële problemen bij ziekenhuizen

Vandaag is het voor Belgische ziekenhuizen financieel niet interessant om grote aantallen buitenlandse patiënten aan te trekken, tenzij om de leegstaande bedden op te vullen. Dit komt door het complexe systeem van de Belgische ziekenhuisfinanciering. Een toename van buitenlandse patiënten zou de ziekenhuissector in financiële problemen kunnen brengen. Daarom stelt het KCE alternatieve mechanismen voor, zoals een apart budget voor buitenlandse patiënten, of een forfaitaire prijs per aandoening.

Nog geen wachtlijsten, maar best opvolgen

Tot nu toe hebben de ziekenhuizen nog geen melding gemaakt van het bestaan van wachtlijsten, maar ze volgen dit ook niet echt op. Blijkbaar vullen de buitenlandse patiënten vooral de leegstaande bedden op. Een aangepaste ziekenhuisfinanciering kan financiële problemen bij de ziekenhuizen vermijden maar kan het tegelijkertijd voor hen interessant maken om buitenlandse patiënten aan te trekken, met als risico dat buitenlandse patiënten voorrang krijgen op de Belgische.

Om  dit te vermijden zou een opvolgingssysteem voor wachtlijsten moeten opgezet worden in arrondissementen waar de inkomende stromen van patiënten plots aanzienlijk toenemen. Op die manier blijft de toegankelijkheid tot de gezondheidszorg voor Belgische patiënten gegarandeerd. Deze taak zou kunnen worden uitgevoerd door het Observatorium voor Patiëntenmobiliteit, dat sinds kort operationeel is.

GERELATEERD LINKS
Contactpersoon
Gudrun Briat (NL)
+32 (0)2 287 33 48
+32 (0)475 769 766
JAARVERSLAG