Het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) heeft samen met het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) het nut onderzocht van preventieve baarmoederhalskankerscreening met een uitstrijkje en pleit ervoor om te starten met een georganiseerde screening indien beleidsmakers de kankersterfte verder terug willen dringen. Er zijn geen bewijzen dat de nieuwe test voor Humaan Papilloma Virus (HPV) meer goed dan slecht doet bij gebruik voor primaire screening.
Een betere organisatie redt levens
Men schat dat in België jaarlijks 1400 gevallen van baarmoederhalskanker vermeden worden door screening met het klassieke uitstrijkje. Toch zijn er elk jaar nog 700 vrouwen bij wie baarmoederhalskanker gediagnosticeerd wordt. Meer dan een derde zal daaraan ook overlijden. Slechts 59% van de vrouwen tussen 25 en 64 jaar neemt regelmatig deel aan cervixkankerscreening door middel van een uitstrijkje via hun gynaecoloog of huisarts. Bij die vrouwen is er dikwijls wel sprake van overscreening: in principe volstaat één uitstrijkje per drie jaar terwijl dat nu vaak jaarlijks gebeurt. Bij de andere 41% wordt zelden of nooit een uitstrijkje genomen. De sterfte aan baarmoederhalskanker kan vooral dalen door een grotere deelname van de vrouwen en slechts in mindere mate door invoering van nieuwe testen.
In België zijn er enkele losstaande screeningsinitiatieven in een aantal Vlaamse provincies. Nochtans heeft een degelijk georganiseerde aanpak in het buitenland zijn doeltreffendheid bewezen met een deelname van boven de 80% en een verdere daling in sterfte als gevolg. Een gecentraliseerd register gekoppeld aan het bevolkingsregister en het kankerregister is cruciaal om dit ook in België te verwezenlijken.
Het KCE meent dat een deel van het budget dat nu al wordt besteed aan allerhande prestaties verbonden aan cervixkankerscreening, nuttiger kan gebruikt worden voor een georganiseerde screening. Buitenlandse voorbeelden tonen aan hoe dat moet.
Nut van HPV screening bij alle vrouwen niet bewezen
De meeste vrouwen en mannen maken gedurende hun seksueel actief leven een of meerdere HPV infecties door, zonder dat ze dit beseffen. Meestal verdwijnt deze infectie vanzelf. Uitzonderlijk blijft het virus langer aanwezig en veroorzaakt het bij de vrouw afwijkingen in de cellen van de baarmoederhals. Deze cellen (en niet het virus) worden onderzocht met een klassiek uitstrijkje. Na jaren kunnen die letsels dan aanleiding geven tot baarmoederhalskanker indien ze niet tijdig verwijderd worden.
Er zijn momenteel geen bewijzen voor het nut van het screenen op HPV bij alle vrouwen of voor het vervangen van het klassieke uitstrijkje door de HPV test. De grote bevolkingsstudies die dit onderzoeken in Europa en Canada zullen pas de komende jaren afgerond zijn. Nochtans laten sommige gynaecologen of laboratoria nu al een HPV test uitvoeren bij elke screeningtest. De factuur van die test, tussen de 10 en 50 €, wordt vaak doorgeschoven naar de vrouw.
Als uit een HPV test blijkt dat de vrouw drager is van het HPV virus, kan dit bij haar en haar partner onnodige ongerustheid en onzekerheid veroorzaken. Nochtans verdwijnen de meeste HPV infecties spontaan en wijst de aanwezigheid van het virus niet noodzakelijk op een beginnende baarmoederhalskanker. Duidelijke informatie rond de HPV test is dus absoluut nodig.
Voorlopig is het nut van de HPV test enkel aangetoond als aanvulling op het klassieke uitstrijkje, namelijk de zeldzame keer dat het resultaat van het uitstrijkje onduidelijk is of na de lokale behandeling van een voorloperstadium van baarmoederhalskanker. Telkens een klein aantal vrouwen.