Het gebruik van de PSA-test voor prostaatkankerscreening zorgt al lang voor controverse. Het health technology assessment van het KCE is nochtans duidelijk: zolang er geen bewijzen zijn dat de PSA-test meer goed (minder doden) dan kwaad (nevenwerkingen van overbehandeling zoals impotentie en incontinentie) doet, kan bevolkingsonderzoek met deze test niet verdedigd worden.
Prostaatkanker is een belangrijk gezondheidsprobleem bij mannen. Bij de meerderheid van mannen ouder dan 60, zijn er slapende microscopische prostaatkankercellen. Bij een minderheid van mannen is het een dodelijke ziekte. De meeste oudere mannen zullen mét en niet van prostaatkanker sterven. Vroegtijdige opsporing van de agressieve prostaatkankers zou dé doelstelling moeten zijn van prostaatkankerscreening.
Hoe we dat juist moeten doen, weten we niet. PSA of ‘prostate specific antigen’ wordt hiervoor vaak sterk gepromoot. Wat er dan niet wordt bij verteld, is dat PSA een slechte test is voor opsporing: er zijn te veel vals positieven en vals negatieven. Een belangrijk aantal mannen zal nodeloos de diagnose prostaatkanker krijgen, terwijl andere mannen met een negatieve test toch prostaatkanker ontwikkelen die leidt tot klachten en overlijden.
Vooralsnog ontbreekt elk bewijs dat grootschalig bevolkingsonderzoek (screening) de sterfte door prostaatkanker doet dalen. De eerste studies worden pas over enkele jaren verwacht. Wijdverspreid gebruik van PSA leidt tot een verhoogde detectie van alle, ook slapende, prostaatkankers en houdt een risico in op nodeloze behandeling.
In België gebeuren er meer dan een miljoen PSA-testen per jaar, waardoor naar schatting 4 op 10 mannen boven de 50 jaarlijks ‘opportunistisch gescreend’ wordt. Mannen die zelf een PSA-test vragen, bespreken best eerst met hun arts de onzekerheden en de mogelijke consequenties van de test. Een duidelijk schema dat de frequentie van PSA-testen bij geïnformeerde mannen vermindert en aangepaste terugbetalingscriteria zijn nodig. Samen met de Stichting tegen Kanker, wetenschappelijke verenigingen huisartsen, ziekenfondsen, Vlaams agentschap zorg en gezondheid en “la Communauté Française” heeft het KCE ook patiënteninformatie over de PSA-test voor de gezonde man (en zijn partner) gemaakt.
Bij de meeste mannen zal de kanker nog 10-15 jaar nodig hebben vooraleer enig probleem te geven. Opvolgen en afwachten is dan een optie. Behandeling van prostaatkanker kan ook met chirurgie of radiotherapie. Deze invasieve behandelingen gaan gepaard met nevenwerkingen zoals impotentie en incontinentie. Kwaliteitsopvolging van de Belgische resultaten met een goede kankerregistratie is elementair.
De wetenschappelijke conclusies van het KCE staan loodrecht tegenover populaire uitingen in de pers en de actuele reclame rond mannenklinieken en screeningscampagnes voor de man. Het organiseren van prostaatkankerscreeningscampagnes en het promoten van PSA voor gezonde mannen zonder risico, doet mogelijks meer slecht dan goed en leidt tot een verspilling van middelen.