Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht samen met UGent het aanvraaggedrag voor bloedonderzoek van Belgische huisartsen in een prospectieve studie. Het blijkt dat er ruimte is voor verbetering, want ze worden niet optimaal gebruikt. Meer dan één derde van de labotesten is niet nodig. Meerdere frequent aangevraagde traditionele testen zijn zelden of nooit zinvol. Sommige andere wel aanbevolen testen worden onvoldoende aangevraagd. Het KCE pleit voor een betere opleiding en voorlichting van artsen.
Labotesten zijn onmisbaar geworden om diagnoses te stellen of om bepaalde aandoeningen uit te sluiten. Meer dan de helft van de testen wordt aangevraagd voor de opvolging van chronische ziekten zoals bij patiënten die antistolling medicatie nemen of patiënten met hoge bloeddruk of diabetes. Opvallend is ook dat huisartsen vaak om meer dan één reden laboratorium testen aanvragen. Zo komt het regelmatig voor dat er tegelijkertijd bloedtesten gebeuren voor de opvolging van een gekende ziekte en naar aanleiding van nieuwe klachten.
Het KCE-onderzoek stelt vast dat een groot aantal testen overbodig is. Bijna 10% van alle bloedonderzoeken gebeurt voor een ‘algemene check up’ terwijl dit wetenschappelijk gezien meestal niet nodig is. Enkel bij de aanwezigheid van vage klachten worden een handvol testen aanbevolen. Dit staat in groot contrast met het gemiddelde van 21 testen die men nu voor check up aanvraagt. Zelfs bij een zeer ruime interpretatie van wat wetenschappelijk nog kan onderbouwd worden, blijft 40% van die testen overbodig.
Andere testen die frequent worden aangevraagd hebben geen of slechts in zeldzame gevallen nut. Testen als totaal eiwit en chloride in het bloed worden bijna altijd om de verkeerde redenen aangevraagd. Ook 95% van de tellingen van bloedplaatjes - die in meer dan de helft van alle aanvragen voorkomt - is overbodig.
Niet alleen het aantal doch ook het juiste soort test is belangrijk.Voor de opvolging van patiënten met diabetes worden bijvoorbeeld 9 welbepaalde testen aanbevolen. Gemiddeld worden er 13 testen aangevraagd. In slechts 20% van die aanvragen worden alle 9 aanbevolen testen opgenomen.
Wat is het nadeel van deze overbodige testen voor de patiënt? Hoe groter het aantal aangevraagde testen, hoe groter de kans op een toevallig afwijkend resultaat. De patiënt kan dan verkeerdelijk ziek worden verklaard. Het gevolg is dan bijkomende onderzoeken, nutteloze behandelingen en ongerustheid van de patiënt en zijn omgeving. En het veroorzaakt nutteloze kosten voor patiënt en gemeenschap (gemiddeld kost een aanvraag 39 euro waarvan 7,5 euro voor de patiënt).
Om het tij te keren zijn een aantal maatregelen mogelijk. In de eerste plaats hebben huisartsen goede, onafhankelijke informatie nodig. Een nationale richtlijn, die labotesten aanbeveelt op basis van klachten en symptomen kan in analogie met andere landen worden opgesteld. De wetenschappelijke verenigingen van huisartsen zouden dit als een prioriteit moeten beschouwen.
Daarnaast moet deze informatie in de dagelijkse praktijk worden ingepast. Zo kan men huisartsen regelmatig een overzicht geven van hun persoonlijke aanvraaggedrag en een aanvraagformulier met meer logische keuzemogelijkheden ontwikkelen. Ook zouden elektronische beslissingsondersteunende systemen kunnen gekoppeld worden aan het medisch dossier van de patiënt.